Nr. 99 Old Ni-js Nr. 99

Geplaatst op donderdag 15 maart 2018 om 20:46

[Verspreiding: eind maart / begin april 2019]

Beste heemkundevriendinnen en -vrienden,

a’j dit laes, dan zö‘j ow allich door wah bi-j denke.

Bij dit begin van het 99e nummer van Old Ni-js roep ik graag uw reactie op. “Wat moet dat met die dubbele aanhef? En gaan we nu alles in het dialect doen?”, zult u vragen.
Mijn punt is echter een ander. Ik vroeg mij in de laatste redactievergadering hardop af, hoe we in gesprek kunnen komen met onze lezers. We schrijven immers om gelezen te worden en horen dan ook graag uw reacties daarop. Zoals bijvoorbeeld degene die jaren geleden reageerde op een artikel van John Thoben. Het leidde ertoe dat hij het heft in eigen handen nam en zelf een artikel voor Old Ni-js schreef. U leest het in mijn bijdrage over de havezaten.

Mogelijk wilt u reageren op deze Old Ni-js? Het artikel bijvoorbeeld over Tolhutten Dorus uit Vinkwijk, waarmee we herinneren aan onze onlangs zo plotseling overleden Henk Harmsen? Stuur ons uw reactie per e-mail. Wij gooien niets weg. Wie weet, kan er nog eens een hele uitgave van Old Ni-js door de lezers worden gevuld! Dan hebben wij ons doel bereikt. En krijgt u de smaak te pakken? Onze redactie is klein en wil groter groeien. Onze adressen staan hier links in het colofon.
Namens de redactie en de auteurs van dit nummer wens ik u veel
leesplezier

Antoon Berentsen

PS:
En die aanhef? Welnu, in het Duits is het onbeleefd als je in een aanhef alleen het mannelijk deel van de bevolking noemt. Dat lijkt me voor het Nederlands ook geen slecht idee! En ten tweede: Als lid van onze dialectwerkgroep is het intussen voor mij heel gewoon om e-mails en artikelen in het plat te schrieve. Op www.heemkundekringbergh.nl/werkgroepen/dialect/ leest u daar meer over.

Jachtopziener met uniform en hoed. Prent van een gevelsteen (Collectie Stadsarchief Amsterdam).

Jachtopziener Derck Palant (pag.4)

Een aantal jaren geleden kreeg ik via een verre verwant een oude foto onder ogen waarop mijn betovergrootmoeder Hendrina Klappers-Jeene stond afgebeeld. Haar vader was Frans Jeene en diens beroep “opziener der jagt”. Niet alleen deze mooie foto, maar ook het beroep van haar vader sprak sterk tot de verbeelding. Wat was zijn jachtterrein? De bossen bij Zeddam? Welk wild schoot hij? Konijnen, wild zwijn of misschien wel wolven? En voor wie werkte hij?

Samen met mijn zus en een achternicht ben ik op onderzoek uitgegaan. Het digitale archief van Huis Bergh leverde ons een schat aan informatie op. We hebben nu het levensverhaal van een aantal jagende telgen van de families Palant, Vinck en Jeene op schrift gesteld. Generaties lang - zo is gebleken - werkten leden van deze aan elkaar verwante families voor de graven van Bergh. De mannen vaak in de combinatie van jachtopziener (wildschut) en boswachter (vorster) en de vrouwen in het huishouden van het kasteel.
Deze mannen hadden een spannend beroep; houtdieven werden betrapt, illegale jagers gearresteerd. Veel hebben we teruggevonden in getuigenverslagen van zaken die voor de rechter kwamen. Hierdoor hebben we tot in detail vast kunnen leggen hoe het leven van een wildschut en vorster er in de 17e en 18e eeuw uitzag.

Dit alles willen we uitgeven in de vorm van een boek, maar het duurt nog wel even voordat dit af is. Het eerste hoofdstuk heeft al wel een definitieve vorm gekregen. Dit gaat over bastaardzoon Derck (van) Palant. We delen de gevonden historische informatie graag met geïnteresseerden in het gebied waar zich dit allemaal heeft afgespeeld.

>>>>

GUUS KLAPPERS

Kraamkamer in een burgerlijk gezin (Steendruk, N. van de Kellen).

Stadswijzemoeder (Pag.13)

Als redactie van Old Ni-js mogen wij putten uit het rijke archief van John Thoben. Regelmatig zult u dus in Old Ni-js artikelen van de hand van John aantreffen. Zo ook dit korte artikel over een vroedvrouw in ’s-Heerenberg in de 17e eeuw. Dit heeft John geschreven nog voor de verandering van ons zorgstelstel met de huidige belangrijke rol van de zorgverzekeringen. Toch blijft zijn gedachtegang overeind. (Ruth Mijnen)

Gezondheidszorg is in onze dagen een zaak van de overheid. Zonder de miljarden die de overheid fourneert, zouden de ingewikkelde, hoog geclassifi ceerde en peperdure
‘voorzieningen voor de volksgezondheid’ niet bestaan. En wie geld betaalt, heeft een vinger in de pap. Wie dus miljarden betaalt, heeft een hele dikke vinger in de gezondheidspap.

Zijn wij hiermee nu beter af dan onze voorouders die leefden in tijden waarin geneesheren nog maar dunnetjes waren gezaaid? De mensen gingen doorgaans niet gauw naar de dokter. Dat was kostbaar en de geneesheer had een heel hoge drempel, waar de gewone man maar heel moeilijk overheen kon stappen.
Er waren overal mensen te vinden die van hun voorouders de bekwaamheid-in-het-genezen hadden geërfd. Er waren overal oude besjes die een pot met bloedzuigers tussen de geraniums op de vensterbank hadden staan. Er waren overal barbiers-chirurgijns die zonodig het mes wisten te hanteren. En als een nieuwe wereldburger moest worden gehaald, sprong een wijze buurvrouw bij. Eentje die door het ter wereld brengen van vele kindertjes wijs was geworden.

>>>>

JOHN THOBEN

Stadsmuseum Bergh (Pag.21)

Tussen 2006 en 2012 maakte ik 44 podcasts met interviews met vele Berghenaren.
John Thoben beet in juli 2006 het spits af met een verhaal over de herkomst van de naam Montferland. Daarin vertelt hij ondermeer over Adela van Hamaland die met haar
man Balderik in de burcht Upladen op de motte Montferland woonde. Ik moet bekennen dat dat de eerste keer was dat ik over haar hoorde. Haar persoon en de intriges waar ze mee te maken had, fascineerden me vanaf het eerste moment. Met die geschiedenis zouden we wat moeten gaan doen, nam ik me voor. Dat moment kwam vele jaren later, toen het idee ontstond om een historisch museum in ’s-Heerenberg op te richten. En nu is het Stadsmuseum Bergh er!

>>>>

HANS HEGMAN

Deel deze pagina