Genealogiegroep

Geplaatst op zondag 27 januari 2019 om 21:48

Iedereen heeft ouders, grootouders, overgrootouders, enz. Maar wat weten we over hen? Soms zijn er nog foto’s of verhalen uit de “overlevering”. Hoe ver kunnen we terug in de herinneringen?
Wanneer je de gemiddelde burger ernaar vraagt, komt men meestal niet verder dan zijn grootouders. Sommigen zullen echte herinneringen aan hun grootouders hebben gehad, en ze ook daadwerkelijk hebben gekend. Anderen hebben dit vaak niet omdat hun grootouders al waren overleden vóór hun vroegste herinneringen.

Sinds lange tijd zijn mensen op zoek naar hun “verborgen verleden”. De laatste jaren zien we dat steeds meer mensen op zoek gaan naar hun familiegeschiedenis. Dit noemt men stamboomonderzoek ofwel de genealogie.
Het doel is om de geschiedenis van één of meerdere families in kaart te brengen en om zoveel mogelijk gegevens van deze families te verzamelen. Het gaat daarbij o.a. om de gegevens van geboorte, huwelijk(en) of relaties, overlijden, kinderen, ouders van iedere persoon binnen één familie, maar ook bijvoorbeeld om de beroepen. Ieder persoon heeft op zijn/haar beurt natuurlijk ook weer ouders, vaak een partner, soms kinderen. En zo kunnen we blijven doorgaan.
Uiteindelijk resulteert dat in een stamboom, een ‘boom’ die steeds verder uitwaaiert en vaak interessante informatie oplevert. Zo zie je soms dat bepaalde namen van familieleden veelvuldig voorkomen, maar ook waarom deze namen worden gebruikt. Het was vroeger gebruikelijk om te worden vernoemd naar een familielid. Dat kon een peetouder zijn, maar ook de namen van ouders, grootouders, ooms, tantes zie je meestal terugkomen. Het gebeurde ook dat wanneer een kind op jonge leeftijd kwam te overlijden, de eerstvolgende van hetzelfde geslacht weer dezelfde naam kreeg.

Burgerlijke Stand

In 1811 besloot Napoleon Bonaparte, onder wiens bestuur Nederland destijds stond, om de Burgerlijke Stand in te voeren. Dit hield in dat iedere burger verplicht werd om aangifte te doen van geboorte, huwelijk en overlijden van een persoon. Deze aangifte moest binnen drie dagen na de gebeurtenis worden gedaan in de gemeente waar de geboorte, het huwelijk of overlijden had plaatsgevonden.
De aangifte moest worden gedaan door iemand die bij de gebeurtenis aanwezig was geweest, alsmede minimaal twee getuigen. Op het gemeentehuis werd dan een akte aangemaakt met daarin de gegevens van de geborene, de huwelijkspartners of overledene. Ook werden de gegevens van dag, tijdstip van de gebeurtenis en van de getuigen vastgelegd. Door deze geboorteakte werd hierdoor de geborene voor altijd “vastgelegd” in de officiële akten van de overheid. Voor huwelijk en overlijden werden vergelijkbare
akten opgemaakt. Tegenwoordig bestaat nog steeds de verplichting om van deze gebeurtenissen aangifte te
doen in de gemeente waar men wordt geboren, huwt of overlijdt.

Tekst: Redactie Old Ni-js

Deel deze pagina