Woord van de maand december 2018: Foel

Geplaatst op zondag 2 december 2018 om 16:33

Ik schrief disse weurd van de maond now sinds oktober 2017 en mien vult op dah ze duk toch heel köt zun. Now haop ik maor dah mien laezers niet de indruk kriege da’k ’n foelen donder bun. Doorum hier toch nog maor ‘n -weliswoor weer köt- woord, um ’t joor af te make.

Nee, veur foeligheid bun ik niet in de wieg geleid gelukkig. Ik had vrogger eerder las van foelzakke die mien wolle afsmere. Maor dah woord harre wi-j jao al in september. Door kump dus now nog ’t woord ‘foel’ (in de meeste WALD-woordebuuk als ‘voel’ geschreven) bi-j. ’t Wudt in onze streke steeds meer vervange deur ’t standaard-Nederlandse ‘lui’. Toch is ’t woord interessant genog, um nog effe te bekieke.

Sorry, now he’k uut foeligheid de intro gewoon in mien eige taal geschrevve. Even omschakelen dus.

Voor de oplettende lezer zal ’t duidelijk zijn, dat dit ‘foel’ in direkt verband staat met ’t Nederlandse ‘vuil’, ’t Duutse ‘faul’ en ’t Engelse ‘foul’. ’t Oudnederlandse ‘fūl’ betekende ‘verrot, smerig, ongunstig’. Uiteindelijk is het woord nog terug te voeren op een Grieks woord, waarin ook het element stinken een rol speelt. Niet voor niets is de Latijnse variant daarvan het woord ‘pus’! Het Duitse ‘stinkfaul’ combineert beide elementen. Ons dialectwoord ‘foel’ is dan ook niet alleen lui, maar ook gemeen en bedorven, en dat laatste letterlijk én figuurlijk. Een ‘foelboks’, ‘foelzak’ of ‘foelen strub’ is volgens ’n Trop Barghse Weurd (1982) ’n deugniet. Maar naar mijn gevoel is die vertaling aanzienlijk te mild. Wie ‘foeligheid’ uithaalt lijkt het in zijn/haar karakter te hebben. “Die jonges zitte vol foeligheid; ik bun beni-jd wat ze now weer uutgevraeten hemmen”, aldus ’t Gendringse woordenboek Woorden en weurd uut de grune grensgemeente Gendringen (1999). In de letterlijke betekenis van ‘bedorven’ wordt ‘foel’ wel gekoppeld met ‘t woord ‘ei’. Het kan echter, alweer volgens het Gendringse woordenboek, ook nageboorte van een dier betekenen, een betekenis die het woord al in het Middelnederlands (1200-1500) heeft.

Ofschoon ‘foel’ en ‘vuil’ hetzelfde woord zijn, valt op dat de betekenis ‘smerig’ in het dialect ontbreekt. Net zo overigens als bij het Duitse ‘faul’. Ons dialect kent -als het Duits- daarvoor het woord ‘drek’ (‘drekemmer, drekwagen’).

woordenboek

Volgens het Woordenboek van Achterhoekse en Liemerse Dialecten (deel De Mens D) komt ‘foel’ met name in de grensstreek met Duitsland voor. Vanuit de informatie van de metwarkers van het WALD werd dit kaartje gemaakt.

Omdat we geschreven woorden niet kunnen horen en we in deze rubriek ook geen audiolinks gebruiken, nog even iets over de uitspraak van het woord. Kenmerkend voor woorden als ‘foel’ is dat de klinker ‘oe’ lang uitgesproken dient te worden, eigenlijk net zo als in het Duits. In de WALD-spelling bestaat de mogelijkheid om dit met dubbele punt aan te geven: foe:l. Omdat we de spelling gemakkelijk hanteerbaar willen houden, maken we van die mogelijkheid meestal geen gebruik.

Tekst: Antoon Berentsen

Deel deze pagina


Meer agendapunten »

Canon van BerghLid worden van de HKB?'t Raethuys
Bestel hier »