Woord van de Maond mei 2026: sitoe
Geplaatst op donderdag 30 april 2026 om 19:12 — Laatst bijgewerkt op dinsdag 21 april 2026 om 4:58
Erg veel van onze dialectwoorden, zo blijkt na jaren dialectonderzoek in deze rubriek en in mijn werk aan het Berghse woordenboek, zijn afkomstig uit het Nederlands (oude vormen vaak) of uit het Duits. Dan is het niet verwonderlijk dat je ervan opkijkt als je op een dialectwoord stuit dat je niet direct tot een van die twee talen kunt herleiden.
Dat was het geval met het woord sitoe dat mij bijgebleven was, omdat mijn vader dat vaak ten afscheid gebruikte: in de groet Tot sitoe!
Het woord is maar sporadisch te vinden. In het Twents-Achterhoekse woordenboek van Wanink (1948) verschijnt het als sito in de betekenis direct. De Electronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND) meldt dat het woord als cito of sietoo voorkomt in de woordenboeken van Westfriesland (Wormerveer), Dordrecht, Groningen, Zuid-Oost Drente (Mien wicht, do mos cito even naor de winkel en halen mij wat gest), Rijssen en Sittard. In de Liemers wordt het opgevoerd in de dialectwoordenboeken van Bergh (Trop Barghse Weurd) en Gendringen (Woorden en weurd uut de grune grensgemeente Gendringen). In de Berghse lijst wordt het vertaald met aanstonds. De voorbeeldzin luidt: Jao, wach maor. Ik kom sitoe. In Gendringen vertaald als straks, aanstonds met de zin Ik kom ow sitoe helpen.
Geen specifiek Liemers of zelfs Oost-Nederlands dialectwoord dus.
De vraag was vervolgens, of dit woord uit de woordenboeken nog gangbaar is en waar het vandaan kom. Op mijn vraag kwamen slechts enkele reacties, maar het woord werd nog gekend en de herkomst ervan werd ook duidelijk.
Met sitoe hebben we te maken met een woord dat uit het Frans ontleend is. Hetzelfde gebeurt ook met juist een heel frequent gebruikt dialectwoord: tjuus. Dat is immers afgeleid van adieu (a Dieu) en dat letterlijk betekent tot God. Het woord zou zijn overgenomen van naar het noorden (de Nederlanden en het Lutherse Noord-Duitsland) gevluchte Franse protestanten (hugenoten).
Sitoe is afgeleid van het Franse aussitôt dat inderdaad aanstonds, dadelijk betekent. Het wordt ook wel afgekort tot sitôt. Zo gauw mogelijk in het Frans is aussitôt que possible.
Als sitoe uit het Frans is ontleend, dan denk je al snel dat er Latijn achter schuilt. Dat is inderdaad het geval. Het Latijnse cito betekent snel, gauw.
Quicquid praecipies, esto brevis, ut cito dicta percipiant animi dociles teneantque fideles. (uit: Horatius, Ars poetica)
Wat je ook zegt, houd het kort, zodat ontvankelijke geesten je woorden snel kunnen begrijpen en trouwe volgelingen ze kunnen onthouden.
Mijn vermoeden: Het komt wellicht ook nog voor in een oude uitgave van het grote Van Dale woordenboek. Dat klopt inderdaad. In 1918 stond het woord daar als: cito = met spoed (op adressen van brieven); in allerijl. Een oude post-term dus. Mijn vader en diens vader werkten beiden bij Tante Pos.
Tekst: Antoon Berentsen (werkgroep Dialect)







