Cursus Barghs - Deel 3 Woordenschat

Geplaatst op maandag 3 mei 2021 om 21:06 — Laatst bijgewerkt op maandag 29 november 2021 om 18:35

Onderstaand vindt u dialectwoorden in hele zinnen en gesplitst naar gebruik in twee vertaalrichtingen: Nederlands-Berghs (oefeningen 3.1 t/m 3.6) en Berghs-Nederlands (oefeningen 3.7 t/m 3.12).

De zinnen zijn globaal naar thema ingedeeld. De thema’s zijn:

  • Aete & drinke | eten, drinken
  • Doe:n & laote | werk, handelingen, bewegingen, richtingen
  • Huus & straot | wonen, kleden, verkeer, dorp en stad
  • Ik | ik-boodschappen
  • Mins & dier | mensen, dieren, gedrag en lichaam
  • Tied & weer | tijd, weer en richting

De onderstaande NL - Berghse en Berghse - NL vertalingen zijn ook in een bestand beschikbaar:

Oefening 3.1 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Aete & drinke

  • [NL] Wilt u koffie, thee? Met melk en suiker? Een koekje erbij? Ik heb lekkere speculaasjes.
    [ B ] Wi’j koffie, thee? Met melk en suker? ’n Pletske / kuukske d’r bi-j? Ik heb lekkere kläöskes.

  • [NL] Als ik makreel eet, moet ik vaak opboeren.​
    [ B ] As ik makreel aet, mo'k duk bukse.

  • [NL] De deksel viel op het bord.
    [ B ] De dekkel vie:l op de telder.

  • [NL] Hij eet graag kippensoep of erwtensoep.
    [ B ] Hi-j it graag tutesoep of artesoep.

  • [NL ]Voordat je gaat, neem nog ’n borrel!
    [ B ] Veurda’j gaot, nem nog ’n borrel!

  • [NL] Mijn moeder heeft aardappels, en aardbeien gekocht.
    [ B ] Mien moe:der het eerappels /eerpels en eerdbaeze gekoch.

  • [NL] Zien eten doet eten.
    [ B ] Zie:n aete dut aete.

  • [NL] Wil je een kopje of een beker?
    [ B ] Wi’j 'n kumke / köpke of ’n baeker?

  • [NL] Zal ik jou koffie inschenken?
    [ B ] Za'k ow koffie inschudde?

  • [NL] Hij kan veel eten.
    [ B ] Hi-j kan spaai-je.

  • [NL] Houd je van koken?
    [ B ] Hold gi-j van kaoke?

  • [NL] Wij aten thuis vaak met het bord op schoot, maar wel altijd met vork, lepel en mes.
    [ B ] Wi-j atte thuus duk met ’t bod / de telder op de slip, maor wel altied met vörk, laepel en mes.

  • [NL] Voor de aardappels heb ik een nieuw schilmes nodig.
    [ B ] Veur de aerpels he’k ’n ni-j schelmes neudeg.

  • [NL] Zout, suiker, meel, rijst en boter heb ik altijd wel in voorraad.
    [ B ] Zalt, suker, mael, ries en botter he’k altied wel in veurraod.

  • [NL] Voor de lekkere dorst hebben we kaas, wijn en bier in huis.
    [ B ] Veur de lekkere dös hemme wi-j kaes, wien en bier in huus.

  • [NL] Als je nog honger heb, kun je een boterham krijgen.
    [ B ] A’j nog smag heb, kö’j ’n botteram krie:ge.

  • [NL] Lus je een kapje of liever een beschuitje bij het middageten?
    [ B ] Lus gi-j ’n mekske of lie:ver ’n beschuutje bi-j ‘t middagaete?

  • [NL] Bij het avondeten hebben we veel groente, maar vlees steeds minder.
    [ B ] Bi-j ’t aovendaete hemme wi-j völ gruuntes, maor vleis steeds minder.

  • [NL] We hadden vroeger thuis kruisbessen, pruimen, zoete blauwe pruimen, appels en peren.
    [ B ] Wi-j hadde vrogger thuus stekbaeze, proeme, kwetse, appels en pere.

  • [NL] Wij hebben aardappels en witte kool uit eigen tuin.
    [ B ] Wij hemme erpels / eerpels en kabbes uut de eige hof.

  • [NL] Zij eet bij peren graag het klokhuis erbij op.
    [ B ] Zi-j it bi-j pere graag de kräös d’r bi-j op.

Oefening 3.2 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Doe:n & laote

  • [NL] Aan- en uitschakelen.
    [ B ] Aan- en uutknipse.

  • [NL] Daar ben ik heen geweest.
    [ B ] Daor/door bun ik hen gewaes.

  • [NL] De jongelui waren aan 't lawaai maken.
    [ B ] 't Blagegrei was aan 't ballejatere.

  • [NL] Mijn buurvrouw speelt trompet bij de harmonie.
    [ B ] Mien buurvrouw spölt trompet bi-j de harremonie.

  • [NL] Omdat er file was op de A12, moest ik omrijden.
    [ B ] Umdat d’r file was op de A12, mos ik umri-je.

  • [NL] Hij verdient er nog heel wat naast.
    [ B ] Hi-j verdient nog heel wat naeve bi-j.

  • [NL] Dat is onbegonnen werk.
    [ B ] Dah is gin doe:n.

  • [NL] Dat zet geen zoden aan de dijk.
    [ B ] Dat bos niet bi-j.

  • [NL] Hard werken.
    [ B ] Pokkele, piezakke, zich vie:s hebbe, te baste warke.

  • [NL] In alle consternatie begon hij Nederlands te praten.
    [ B ] In alle falderatie begon hi-j hoog Hollands te praote.

Oefening 3.3 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Huus & straot

  • [NL] Hebt u uw huis al afbetaald?
    [ B ] He’j ow huus al afbetaald?
  • [NL] Dat huis heeft daar altijd al gestaan.
    [ B ] Dat/dah huus het daor / door alzelaeve al gestaon.
  • [NL] Ik woon hier kortbij.
    [ B ] Ik woon hier kötbi-j / kotbi-j.
  • [NL] Van veraf kun je de toren niet goed herkennen.
  • [ B ] Van wied weg kö’j de tore niet goe:d herkenne.
  • [NL] Kun(t) je / u mij vertellen waar deze straat is?
    [ B ] Ku'j / Kö’j mien vertelle, waor/woor disse straot is?
  • [NL] Weet je / u waar het gemeentehuis is?
    [ B ] Wet gi-j waor / woor 't gemeentehuus is?
  • [NL] Daarginds.
    [ B ] Daorgunt / doorgunt / daorguns / doorguns
  • [NL] De huizen zijn precies hetzelfde.
    [ B ] De huu:s zun krek ’t eigeste.
  • [NL] De grond is aardig gelijk.
    [ B ] De grond is adeg liek.
  • [NL] Doe het raam even open.
    [ B ] Maak 't raam effe / efkes los.
  • [NL] Het huis is enorm groot.
    [ B ] 't Huus is onmundig groot.
  • [NL] Die jongen heeft al een tijdje gewacht.
    [ B ] Den jong het al 'n hötje gewach.
  • [NL] Zij heeft een deuk in de wagen.
    [ B ] Zi-j het 'n dut in de wage.
  • [NL] We moeten nodig in de eetkamer en keuken aan de slag.
    [ B ] Wi-j motte neudeg in de aetkamer en kökke / keuke aan de geng.
  • [NL] Hebben jullie de badkamer opgeknapt?
    [ B ] Hemme gillie de badkamer opgeknap?
  • [NL] De tuin staat er mooi bij.
    [ B ] De hof / tuin steet d’r mooi bi-j.
  • [NL] Waarom wil je geen tv in de slaapkamer?
    [B ] Worum wil gi-j gin tillevisie in de slaopkamer?
  • [NL] Ik ben mijn sleutel vergeten.
    [ B ] Ik bun mien slöttel vergaete.
  • [NL] Schuif de stoel maar onder de tafel.
    [ B ] Schoe:f de stoe:l maor onder de tao:fel.
  • [NL] We hebben net nieuwe vitrage en overgordijnen.
    [ B ] Wi-j hemme net ni-je gaddiene en äöver- / aovergaddiene
  • [NL] De vaatdoek is helemaal versleten.
    [ B ] De schotteslet is helemaol verslette.
  • [NL] Vandaag moeten we met bezem en stofzuiger aan de slag.
    [ B ] Vandaag motte wi-j met bessem en stofzuger aan de geng.
  • [NL] Met schuurpapier, ’n nieuwe kwast en verf kun je goed ’n extra laag aanbrengen.
    [ B ] Met schoerpapier, ’n ni-je kwas en varf kö’j goe:d ’n extra laog aanbrenge.
  • [NL] Deze verf plakt niet goed.
    [ B ] Disse varf plek niet goe:d.
  • [NL] De ladder staat niet stevig.
    [ B ] De leer steet nie:t stevig.
  • [NL] Tussen äöver en aover liggen zeven heuvels.
    [ B ] Tusse äöver en aover ligge zeuve bulte.
  • [NL] Bij hun staat er een mooi bankje voor de deur.
    [ B ] Bi-j eur steet d’r ’n mooi benkske veur de deur.
  • [NL] Langs ’t bos rij je zo door naar Kilder en Wehl.
    [ B ] Langs de bos ri-j gi-j zo deur naor Kilder en Waehl.
  • [NL] Buiten om het huis groeit gras.
    [ B ] Bute um ’t huus gräöjt gres.
  • [NL] Bij die schoenmaker kon je vroeger dag en nacht terecht.
    [ B ] Bi-j den schoester / schoenmaker ko’j vrogger dag en nach terech.
  • [NL] Er zijn haast geen huizen meer met de gordijnen open ’s avonds.
    [ B ] D’r zun haos gin huu:s meer met de gaddiene ’s aoves los.
  • [NL] Zowel van kortbij als van veraf is het kasteel geweldig mooi om te zienl.
    [ B ] Zowel van kötbi-j / kotbi-j as van wied weg is ’t kasteel alderjekes mooi um te zie:n.
  • [NL] De voordeur was voor de pastoor en de burgemeester; alle andere mensen kwamen vroeger door de achterdeur binnen.
    [ B ] De veurdeur was veur de pastoor en de burgemeister; alle andere minse kwamme vrogger deur de achterdeur binne.
  • [NL] De ruit in het bovenlicht is nog enkel glas.
    [ B ] De roet in ’t baovelich is nog enkel glas.
  • [NL] De bel doet het niet meer.
    [ B ] De bel dut ’t niet meer.

Oefening 3.4 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Ik

  • [NL] Dat is niet zo erg.
    [ B ] Da’s nie:t zo slim.

  • [NL] Dat komt voor elkaar.
    [ B ] Dat kump veur mekaar.

  • [NL] Dat maakt me niets uit.
    [ B ] Dat mik mien niks uut.

  • [NL] Dat weet ik niet. Het spijt me.
    [ B ] Dat wet ik nie:t. ‘t Spiet mien.

  • [NL] Ik ben er helemaal klaar mee.
    [ B ] Ik bun d’r helemaol kloor met.

  • [NL] Kun je het raam open doen?
    [ B ] Kö’j ’t raam los doe:n?

  • [NL] Ik heb er geen zin meer in.
    [ B ] Ik het door gin zin meer in.

  • [NL] Dat is me te veel.
    [ B ] Da’s mien te völ.

  • [NL] Er is toch plaats genoeg!
    [ B ] D’r is toch plaats zat!

  • [NL] Je moet oppasen.
    [ B ] Gi-j mot ow in ach nemme.

  • [NL] Hoe gaat het met je/u?
    [ B ] Hoe geet 't met ow?

  • [NL] Hoe heet je / u?
    [ B ] Hoe hiet gi-j?

  • [NL] Hoe oud ben(t) je / u?
    [ B ] Hoe old bu'j / bu’gi-j?

  • [NL] Ik begrijp het echt niet.
    [ B ] Ik begriep 't ech niet.

  • [NL] Ik moet nu gaan.
    [ B ] Ik mot now gaon.

  • [NL] Ik zou wel eens willen weten.
    [ B ] Ik zol wel 's wille wette.

  • [NL] Ik heb laatst nog met jouw broer gesproken.
    [ B ] Ik heb köts nog met ow bruur gespraoke.

  • [NL] Daarmee doe je me geen plezier.
    [ B ] Doormet doe’j mien gin plezier.

  • [NL] Kijk uit, wees voorzichtig!
    [ B ] Kiek uut, waes veurzichtig!

  • [NL] Loop naar de pomp.
    [ B ] Krie:g de krets.

  • [NL] Met mij gaat het goed.
    [ B ] Met mien geet 't goe:d.

  • [NL] Mijn portemonnaie is leeg.
    [ B ] Mien knip is plat.

  • [NL] Je kunt er niets aan doen; je moet het maar op zijn beloop laten.
    [ B ] Gi-j könt d’r niks aan doe:n; gi-j mot ’t maor laote gewarre.

  • [NL] Volgens mij is dit iets voor mij.
    [ B ] Volges mien is dit iets veur mien.

  • [NL] Wat doe je nou?
    [ B ] Wah doe'j / doe gi-j now?

  • [NL] Wij wensen u het allerbeste.
    [ B ] Wi-j wense ow ’t allerbeste.

  • [NL] Wind je niet op!
    [ B ] Reig ow nie:t op!

  • [NL] Ik verheug me nu al op de verjaardag.
    [ B ] Ik verspits mien now al op de vejeurdag.

  • [NL] Ik durf het niet aan.
    [ B] Ik waog ‘t niet aan.

  • [NL] Zich gedragen.
    [ B ] Zich benaeme, zich gedrage.

  • [NL] Ik heb er genoeg van.
    [ B ] Ik bun ’t leed.

  • [NL] Ik ben niet helemaal in orde.
    [ B ] Ik bun 'n bitje poeterig.

  • [NL] Ik heb veel aan mijn hoofd.
    [ B ] Ik heb völ aan de kop.

  • [NL] Je moet niet zo zeuren.
    [ B ] Gi-j mot niet zo näöle, mekkere.

  • [NL] Ik wou je net bellen.
    [ B ] Ik wol ow net belle.

  • [NL] Het maakt niet uit.
    [ B ] 't Stik 'm nie:t / 't Mik niet uut.

  • [NL] Jij doet het of hij doet het.
    [ B ] Gi-j doe:t 't of hij döt ‘t.

  • [NL] Wat houdt je tegen?
    [ B ] Wat let ow?

  • [NL] Moet je nog ver?
    [ B ] Mo'j nog wied?

  • [NL] Ga verder, ik luister.
    [ B ] Gao wiejer, ik luuster.

  • [NL] Pas op!
    [ B ] Waar ow!

  • [NL] Hebt u even tijd? Ik hoor graag uw mening daarover.
    [ B ] Heh gi-j effe tied? Ik heur graag ow mening.

  • [NL] Waaruit heb je die informatie?
    [ B ] Waoruut / Wooruut he’j den informatie?

Oefening 3.5 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Mins & dier

  • [NL] Hij heeft een korte broek met broekzakken.
    [ B ] Hi-j het 'n kötte / kotte boks met boksetesse.

  • [NL] Je moet je omkleden .
    [ B ] Gi-j mot ow umtrekke.

  • [NL] Hij draagt bretels.
    [ B ] Hi-j drig galge.

  • [NL] De hond begon te blaffen.
    [ B ] De hond begon te blökke.

  • [NL] Ze was helemaal buiten adem.
    [ B ] Zi-j was kats achter aosem.

  • [NL] Die man is stapelgek en ook nog brutaal.
    [ B ] Den man is stapelierend gek en ook nog freg.

  • [NL] Hij is dronken.
    [ B ] Hi-j het 'm bi-j de vuu:t.

  • [NL] Kieskeurig zijn.
    [ B ] Fiemeleg zun.

  • [NL] Zij is mij te verwaand af.
    [ B ] Zi-j is mien te gröts af.

  • [NL] Voor de grap.
    [ B ] Veur de joeks.

  • [NL] Je bent veel te onbesuisd.
    [ B ] Gi-j bunt völs te onmundeg.

  • [NL] Hij komt vaak genoeg langs voor een praatje.
    [ B ] Hi-j kump duk zat langs veur ’n präötje.

  • [NL] Dat heeft hij geweldig gedaan.
    [ B ] Dat het’e haeveg gedaon.

  • [NL] Hij heeft het enorm naar zijn zin.
    [ B ] Hi-j het 't haevig naor de zin.

  • [NL] Hij is hondsbrutaal.
    [ B ] Hi-j is zo freg as bonestro.

  • [NL] Hij werd kwaad.
    [ B ] Hi-j wier mietereg.

  • [NL] Hij deed ’t opzettelijk.
    [ B ] Hi-j de’j ’t extra.

  • [NL] Zij heeft de problemen achter zich.
    [ B ] Zi-j is de dut deur.

  • [NL] Iemand precies zijn zin doen.
    [ B ] Iemand in de schoe:n traeje.

  • [NL] Groene, bruine, gele of zwarte schoenen maakt niet uit; als je er maar niet naast loopt!
    [ B ] Gru:ne, brune, gaele of zwatte schoe:n stik ‘m nie:t; a’j d’r maor niet naeve loop!

  • [NL] Bij Gilsing was alles te krijgen: sokken, kousen, broeken, schoenen, pantoffels, hemden, overhemden, stropdassen, overjassen - alle maten.
    [ B ] Bi-j Gilsing was alles te krie:ge: sök, kouse, bokse, schoe:n, petoefels, hempde, spothempde, schliepse, äöverjasse / aoverjasse - alle maote.

  • [NL] Hij heeft zijn hemd binnenstebuiten aan en die is ook nog eens helemaal verkreukt.
    [ B ] Hi-j het zien hemp krang aan en den is ook nog ’s kats verknoefeld.

  • [NL] Je broekspijp is te nauw.
    [ B ] Ow boksepie:p is te eng

  • [NL] Zij is helemaal verkouden, moet hoesten, spugen en zweten en is koortsig. Alles doet haar pijn.
    [ B ] Zi-j is kats verkeld, mot blökke / hoeste, spi-je en zweite en is schoe:vereg. Alles dut eur pien.

  • [NL] Er zijn veels te veel konijnen in het bos.
    [ B ] D’r bun völs te völ kaniene / kniene in de bos.

  • [NL] Er zijn genoeg mensen die willen helpen.
    [ B ] D’r zun zat minse die wille helpe.

  • [NL] Zij staat aan kop, loopt als een haas en ligt dik vijf meter vóór.
    [ B ] Zi-j steet aan kop, löp / lup as ’n haas en lig dik vief meter veur.

  • [NL] Zij heeft al genoeg aan haar hoofd en de buik vol van al dat gedoe.
    [ B ] Zi-j het al genog / genoeg aan de kop en de boek vol van al dat gedoe.

  • [NL] Hij gaat zijn schouders eronder zetten.
    [ B ] Hi-j geet zien scholders d’r onder zette.

  • [NL] Je moet oren en ogen open houden .
    [ B ] Gi-j mot ore en oge los holde.

  • [NL] Ze leven op grote voet.
    [ B ] Zi-j laeve op grote voe:t.

  • [NL] Hij wordt ziek van dat gedram.
    [ B ] Hi-j wudt krank van dat gejengel.

  • [NL] Jouw/uw kind probeerde op elleboog en knie onder het hek door te kruipen.
    [ B ] Ow kind probeerde op ellebaog en kni-j onder ’t hek deur te kroepe.

  • [NL] Mijn zoon vraagt mij om hulp, omdat hij deze maand zijn huur niet kan betalen.
    [ B ] Mien zoon vrug mien um hulp, umdat hi-j disse maond zien huur niet kan betale.

  • [NL] Voordat je daarmee begint, ga nog eens goed nadenken!
    [ B ] Veurda’j doormet begin, gao nog ’s goed naodenke!

  • [NL] Goed kijken en luisteren wat er gebeurt!
    [ B ] Goe:d kie:ke en luustere wat d’r gebeurt.

  • [NL] Als je niet horen wilt, moet je maar voelen.
    [ B ] A’j niet heure wil, mo’j maor vuu:le.

  • [NL] Mijn linker teen doet me al weken zeer.
    [ B ] Mien dut de linker tee al waeke pien.

Oefening 3.6 Woordenschat NL - Berghs

Vertaal van het Nederlands naar het Berghs

Tied & weer

  • [NL] ’s ochtends, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts.
    [ B ] ’s marges, ’s middags, ’s aoves, ‘s nachs.

  • [NL] goededag, goedemiddag, goedeavond.
    [ B ] goeiedag, goeiemiddag, goeienaovond.

  • [NL] Ik kan alleen maandags, vrijdags en zaterdags.
    [ B ] Ik kan bloos maondags, vri-jdags en zaoterdags.

  • [NL] Pasen, Kerstmis, nieuwjaar zijn mijn favoriete feestdagen.
    [ B ] Paose, Kesmus, ni-jjaor / ni-jjoor zun mien favoriete feesdage.

  • [NL] Tot morgenvroeg! Dan spreken we verder.

  • [ B ] Tot / bis margevrog / margevroeg! Dan praote wi-j wiejer.

  • [NL] Ik heb tot overmorgen nog vakantie.
    [ B ] Ik heb bis / tot äövermarge / aovermarge nog vakantie

  • [NL] De dakreparatie moet vóór volgende week klaar zijn.
    [ B ] De dakreparatie mot veur / bis volgende waek kloor zun.

  • [NL] Ik heb een hele poos gewacht.
    [ B ] Ik heb 'n hele hot gewach.

  • [NL] Wij hebben helemaal geen tijd.
    [ B ] Wi-j hemme ga gin tied.

  • [NL] Het heeft geen haast.
    [ B ] 't Vrit gin brood / 't Het gin haos.

  • [NL] Vaart achter iets zeggen.
    [ B ] Schot achter iets zette.

  • [NL] Bij regen en mist zie je bijna geen bomen
    [ B ] Bi-j raege en mot zie'j bi-jnao gin beum.

  • [NL] Voorjaar, zomer, herfst en winter zijn me allemaal even lief.
    [ B ] Veurjaor, zommer, harfs en winter zun mien allemaol aeve lie:f.

  • [NL] Als je met de bus mee gaat, ben je binnen tien minuten daar.
    [ B ] A’j met de bus met gaot, bu’j binne tien minute door/daor.

  • [NL] Of het nu koud of warm is, regent, sneeuwt of vriest, dat is mij om het even.
    [ B ] Of ’t now kold of warm is, raegent, sneejt of vrus, da’s mien egaal.

  • [NL] Deze zomer kan ik de hitte niet goed verdragen.
    [ B ] Disse zommer kan’k den hets niet goe:d verdrage.

  • [NL] De vorst slaat me op de botten: ijskoud is het.
    [ B ] De vos trik mien in de but; ieskold is ‘t.

Oefening 3.7 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Aete & drinke

  • [ B ] In de harfs miek de slager altied lekkere panas / balkebri-j kloor.
    [NL] In de herfst maakte de slager altijd lekkere balkenbrij klaar.

Oefening 3.8 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Doe:n & laote

  • [ B ] Hi-j kreg op den dekkel.
    [NL] Hij kreeg een pak slaag.

  • [ B ] Hi-j het d'r aning van.
    [NL] Hij heeft er verstand van.

  • [ B ] Vroeger wiere de minse duk uutgenuts.
    [NL] Vroeger werden de mensen vaak uitgebuit..

  • [ B ] Gi-j kunt 't altied nog umtoese.
    [NL] Je kunt het altijd nog omruilen.

  • [ B ] Zi-j trampte 'm veur de knäök.
    [NL] Zij trapte hem tegen de benen.

  • [ B ] Oge los of tes los!
    [NL] Let op dat je niet beduveld wordt.

  • [ B ] Hi-j blaos dalek op de träöt.
    [NL] Hij blaast dadelijk op de toeter.

  • [ B ] Ik blef in 't stecheldraod häöke.
    [NL] Ik bleef in 't prikkeldraad haken.

  • [ B ] Hi-j het 'n ni-j spothemp gekoch.
    [NL] Hij heeft 'n nieuw overhemd gekoch.

  • [ B ] Hi-j kan goe:d spaje.
    [NL] Hij kan goed spitten/ veel eten.

  • [ B ] Hi-j kan now weer 'n gat in de grond spi-je.
    [NL] Hij kan nu weer alles.

  • [ B ] Alle beu:m worde gesnäöjd.
    [NL] Alle bomen worden gesnoeid.

  • [ B ] Zit gi-j weer te snäöje?
    [NL] Zit je weer stiekem te eten?

  • [ B ] Dah is niet zo slim.
    [NL] Dat is niet zo erg

  • [ B ] Zi-j wudt deur de schoerzak gehaald.
    [NL] Zij wordt zwart gemaakt

  • [ B ] Zi-j zit lie:ver in de schum.
    [NL] Zij zit liever in de schaduw

  • [ B ] Gi-j mot 'm altied in de schoe:n traeje.
    [NL] Je moet hem precies zo benaderen als hij/zij het wenst.

  • [ B ] Hi-j reej 'm as 'n dief.
    [NL] Hij was kwaad.

  • [ B ] Dah is allemaol olde pruttel.
    [NL] Dat is allemaal oude rommel.

  • [ B ] De mins mot hard poekele um geld te verdie:nen.
    [NL] De mens moet hard werken om geld te verdienen.

  • [ B ] Zi-j sting naeve mien.
    [NL] Zij stond naast mij.

  • [ B ] Hi-j deej 't veur de joeks.
    [NL] Hij deed het voor de grap.

  • [ B ] Dat trik bi-j de wottel.
    [NL] Dat heeft een sterke uitwerking.

  • [ B ] Dat het gin hempke of bukske aan.
    [NL] Dat heeft niets te betekenen.

  • [ B ] Dalek kump d’r nog houweri-j.
    [NL] Dadelijk komt er nog slaande ruzie

  • [ B ] Den olde motor löp weer as bas.
    [NL] Die oude motor loopt weer als een trein.

Oefening 3.9 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Huus & Straot

  • [ B ] Dah is maor 'n klein drietding.
    [NL] Dat is maar een klein onnozel ding.

  • [ B ] Hi-j tu:tte toen hi-j veurbi-j kwam.
    [NL] Hij toeterde toen hij voorbij kwam.

  • [ B ] De weg is hier stik.
    [NL] De weg is hier steil.

  • [ B ] Wi-j hemme 'n sprung in de bos.
    [NL] Wij hebben een bron in het bos.

  • [ B De muur steet schoeks.
    [NL] De muur staat schuin.

  • [ B ] Wat is de richtigste weg?
    [NL] Wat is de kortste weg?

  • [ B ] Hi-j het 'n onmundig groot huus.
    [NL] Hij heeft een enorm groot huis.

  • [ B ] De pielders in de kerk ware versierd.
    [NL] De pilaren in de kerk waren versierd.

  • [ B ] In Baek mo'j haevig de bult op knaeje.
    [NL] In Beek moet je behoorlijk hard en met moeite de heuvel op fietsen.

Oefening 3.10 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Ik

  • [ B ] Gi-j heb 't goe:d haruut.
    [NL] Je hebt het goed door.

  • [ B ] Gi-j mot paol holde.
    [NL] Je moet volhouden.

  • [ B ] Wat loop ie d'r toch weer bi-j.
    [NL] Wat ben je toch weer slordig gekleed.

  • [ B ] De complemente van Bea:ntse!
    [NL] De groeten van Berentsen!

  • [ B ] Kie:k niet zo daemeleg!
    [NL] Kijk niet zo dom!

  • [ B ] Is de baas ook thuus?
    [NL] Is vader ook thuis?

  • [ B ] Wat stao toch te drökkele?
    [NL] Wat sta je toch te treuzelen?

  • [ B ] Zit niet zo te greile.
    [NL] Zit niet zo te schommelen.

  • [ B ] Ik heb weerstrubbe op de kop.
    [NL] Ik heb weerbarstig haar.

  • [ B ] Gi-j mot ze wegbazuine.
    [NL] Je moet ze wegjagen.

  • [ B ] Ik mot mien nog umtrekke.
    [NL] Ik moet me nog omkleden.

  • [ B ] Ik haop da'j 't spits krie:g.
    [NL] Ik hoop dat je het voor elkaar krijgt.

  • [ B ] Wah bu’j toch aan ’t zeibele / seibele.
    [NL] Wat ben je toch aan het kwijlen.

  • [ B ] Kom de schaai weer ophale!
    [NL] Breng een tegenbezoekje!

  • [ B ] Ik aet graag moe:s.
    [NL] Ik eet graag boerenkool.

  • [ B ] Loop naor de ju!
    [NL] Loop naar de pomp!

  • [ B ] Dat za'k nie:t afstri-je.
    [NL] Dat zal ik niet tegenspreken.

  • [ B ] En now d'r aan met de biel!
    [NL] En nu aan het werk!

  • [ B ] Heel enkeld zie'k 'm.
    [NL] Heel af en toe zie ik hem.

  • [ B ] Gi-j bunt zo euj.
    [NL] Je bent anders dan anders.

  • [ B ] Zi-j is mien te freg af.
    [NL] Zij is mij te brutaal.

  • [ B ] Van dat genäöl bu'k now af.
    [NL] Van dat gezanik ben ik nu af.

  • [ B ] Das mooi grei.
    [NL] Dat is mooi spul.

  • [ B ] De groezels trekke mien äöver de rug.
    [NL] De rillingen lopen me over de rug.

  • [ B ] Mo’ j naor 't häöj?
    [NL] Heb je haast?

  • [ B ] Duk bu'j te laat.
    [NL] Vaak ben je te laat.

Oefening 3.11 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Mins & dier

  • [ B ] Den zog kan niet meer op de peut staon.
    [NL] Die zeug kan niet meer op de poten staan.

  • [ B ] Thuus hadde wi-j veur de adegheid ’n poetje in ’n ren staon.
    [NL] Thuis hadden wij voor de aardigheid een biggetje in een omheining staan.

  • [ B ] De pogge wru:te duchteg in de modder.
    [NL] De varkens wroeten flink in de modder.
    [ B ] Völle en moederpeerd zun onafscheidelek.
    [NL] Veulen en moederpaard zijn onafscheidelijk.

  • [ B ] Van die gietelings, spraowe en kraeje he’j duk alleen maor las.
    [NL] Van die merels, spreeuwen en kraaien heb je vaak alleen maar last.

  • [ B ] Köts hadde wi-j ’n stekkelvarke in de hof.
    [NL] Laatst hadden wij een egel in de tuin.

  • [ B ] Den hings vlög deur de wei a’j in de buurt kom.
    [NL] Die hengst vliegt door de wei als je in de buurt komt.

  • [ B ] Met kesmis was ’t kanien inens uut ’t hok verdwene.
    [NL] Met kerstmis was ’t konijn ineens uit het hok verdwenen.

  • [ B ] Zien doe:f was ’t eers binne en won zo de eerste pries van de Nederlandse Postdoeveholders Organisatie.
    [NL] Zijn duif was ’t eerst binnen en won zo de eerste prijs van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie.

  • [ B ] As deur ’n wips gestaoke, sprong zi-j op en ging d’r tusse uut.
    [NL] Als door een wesp gestoken, spronge ze op en verdween.

  • [ B ] Bi-j bi-je mo’j goed uutkie:ke, da’ze ow nie:t staeke.
    [NL] Bij bijen moet je goed uitkijken dat ze je niet steken.

  • [ B ] Den man is aan ’t boekslage.
    [NL] Die man staat erg te hijgen.

  • [ B ] Wat is den toch ’n dolbotter.
    [NL] Wat is hij toch een onserieus iemand.

  • [ B ] Hij kump altied netjes veur de draod.
    [NL] Hij ziet er altijd netjes uit.

  • [ B ] Hi-j het de heur wuu:s zitte.
    [NL] De haren woest hebben zitten.

  • [ B ] Bi-j 'm zit d'r gin vrollujvleis aan.
    [NL] Hij heeft geen belangstelling voor vrouwen.

  • [ B ] Hi-j is nog kiepig.
    [NL] Hij is nog gezond/kras.

  • [ B ] De tuut zat in de toe:t.
    [NL] De kip zat in de papieren zak.

  • [ B ] De tute zate in de tuu:t.
    [NL] De kippen zaten in de papieren zakken.

  • [ B ] Da's 'n strabante keerl.
    [NL] Dat is een kordate man.

  • [ B ] Hi-j was kats van de kaat.
    [NL] Hij was helemaal de klus kwijt.

  • [ B ] Die vrouw het 'n splie:n.
    [NL] Die vrouw is gek.

  • [ B ] Dah is mien 'n slouwbarger.
    [NL] Dat is 'n slim iemand

  • [ B ] Thuus he'k altied petoefels aan.
    [NL] Thuis draag ik altijd pantoffels

  • [ B ] Den paotwottel dich dat hi-j 't wet.
    [NL] Die snotneus denkt dat hij het weet

  • [ B ] Hi-j reig zich gauw op.
    [NL] Hij windt zich snel op

  • [ B ] Hi-j het de ore kot / köt aan de kop.
    [NL] Hij is gauw op zijn teentjes getrapt

  • [ B ] Heb gi-j gin kolde knäök?
    [NL] Heb jij geen koude handen?

  • [ B ] Daor kump Theet ook weer eens aan driete.
    [NL] Daar komt Theet ook weer eens (te laat) aan lopen

  • [ B ] Hi-j is völ te onmundig.
    [NL] Hij is veel te onbesuisd

Oefening 3.12 Woordenschat Berghs - NL

Vertaal van het Berghs naar het Nederlands

Tied & weer

  • [ B ] Vanmarge hadde wi-j dikke mot.
    [NL] Vanmorgen hadden wij dichte mist.

  • [ B ] 't weer is driet.
    [NL] Het weer is heel slecht.

Tekst: Harry Derksen

Deel deze pagina